Vrijplaats: Hoe brengen we de consument tot duurzame keuzes?

Zaterdagochtend, 10:45 uur, lokaal 3, Zeevaartschool.

Initiatiefnemer
Annita Westenbroek, coördinator Bioraffinage-programma van de Nederlandse papier- en kartonindustrie en manager van het samenwerkingsverband tussen de Nederlandse Biobased Industrieën (Dutch Biorefinery Cluster), ctct 06 51076774

Twee deelvragen

  • Hoe helpen we de bewuste consument een duurzame keuze te maken?
  • Hoe verleiden we de onbewuste consument?
 
Deelnemers (13):
  • Vera Dalm - Milieu Centraal
  • Annita Westenbroek – Kenniscentrum Papier en Karton
  • Herman Mulder – Worldconnector
  • Martijn Messing – De Kleine Aarde
  • Wijnand Vink – Cofely
  • Miekel van de Zande – Gemeente Groningen
  • Lotus van Nes – Gemeente Groningen
  • Maurits Groen – mauritsgroen*mgmc
  • Liesbeth Meier – Waddengebied
  • Ron Meijer – Imagine Sparring Matters
  • Peter Cerssen – INSIT
  • Lotte Enting – ABN Amro
  • Karen Jonkers – YCOR

Antwoorden, ideeën, aandachtspunten en opmerkelijkheden
 
Vraag: In hoeverre maken we bewuste keuzes?
95% van ons gedrag is automatisch en maar 5% komt door bewuste keuzes. Het lijkt dus zinvol om het automatische gedrag te sturen.

Vraag: Is het de industrie die de consument beïnvloedt of is het de consument die de industrie beïnvloedt?

De consument kan er ook voor zorgen dat industrieën duurzame keuzes maken.
Voorbeelden:
  • Duurzame cacao. Een maatschappelijke organisatie heeft (met de Groene Sint) de consument bewust gemaakt, die op zijn beurt de industrie beïnvloedt. Vorig jaar was nog vrijwel geen enkele chocoladeletter geproduceerd uit gecertificeerde cacao, dit jaar is het meer dan 60%.
  • Walmart. Norwegian Pension Fund dwong Walmart om te verduurzamen, ermee dreigend om als een van de belangrijkste beleggers op te stappen. Het Fund werd zelf door haar leden gedwongen groener te opereren.

Vraag: Waar en wanneer beïnvloed je de consument?
Het is belangrijk om relevante informatie over duurzaamheid op de juiste plaats en op het juiste moment te geven. Geef informatie over duurzaam wonen, bouwen of duurzame bouwmaterialen wanneer iemand besluit een huis te gaan kopen, bouwen of verbouwen. Leid de makelaar op en hang informatie in de bouwmarkten.

Vraag: Hoe beïnvloeden we de consument?
Maak duurzaamheid herkenbaar (zoals Puur & Eerlijk van AH, biologische producten, etc.) Mensen kiezen hier bewust voor, maar weten niet meer waar het over gaat. Daar moeten we ons echter niet mee bezighouden. Wij moeten ons niet bezighouden met “Wij begrijpen het, maar jullie niet.”
 
Er zijn drie groepen consumenten:
  • gelovers (goed! – niet te veel aan doen:  alleen goede informatie blijven verschaffen – eg. Platform Nudge)
  • die-hards tegen (geen aandacht aan besteden)
  • latenten (op deze groep moeten we ons focussen en faciliteren dat zij de juiste informatie krijgen).

N.a.v. de lezing van Klaas van Egmond wordt aangegeven dat we met de ‘marketing’ ons ook moeten richten op een specifieke maatschappelijke groep (specifieke marketing i.p.v. generiek de hele bevolking). Schrik echter de andere groep niet af…

Methoden;
  • Labelling. Bijvoorbeeld het energielabel. Dit werkt wel goed (b.v. witgoed, auto’s), want het heeft vaak een directe invloed op de portemonnee.
  • Energielabel werkt echter niet overal (b.v. huizen).
  • Gewoontegedrag beïnvloeden door acties: aanbiedingen in supermarkt om mensen het een keer te laten proberen.
  • Festivals als ambassadeur: groene producten als gadgets bij festivals (b.v. jassen).

Redenen voor een consument om gedrag te veranderen:
  • Het is leuk!
  • De buurman doet het ook.
  • Iemand met status doet het ook (voorbeeldfunctie).
  • Het komt op het juiste moment (timing).
  • Het is goedkoper (financiële prikkel).
  • Het staat/ligt vooraan (beïnvloeding via wijze van uitstallen).
 
Competitie-element (tegen jezelf/anderen) om energierekening omlaag te krijgen:
  • Energierekening met smiley/frowney (energiebox was groot succes).
  • Straatprijs – competitie binnen de straat/ tussen straten over de laagste energierekening.
  • “Kill a Watt” – competitie tussen verdiepingen in kantoorgebouw: welke verdieping verbruikt de laagste hoeveelheid energie.
  • Elke maand een groene loper voor de meest duurzame winkel/ het meest duurzame bedrijf.
  • Eco-cheques uitdelen.
 
Gebruik de voorbeeldfunctie:
CEO’s van belangrijke duurzame voorbeeldbedrijven (b.v. Desso) zouden moeten opstaan en de overheid vertellen ‘Wat wij doen kan, en het heeft effect. Maak een wetsontwerp dat deze zaken stimuleert’.
 
Vraag: Wat werkt niet?
Kleine campagnes werken niet: pak het goed en grondig aan.
Wees wel blij met elke stap. Wanneer 99% is bereikt, willen NGO’s nog wel eens extra aandacht vragen voor die ene procent die niet bereikt is. Dat werkt averechts. ‘Het perfecte is de vijand van het goede’.
Voorbeeld Jacqueline Cramer: ‘Ga niet vechten tegen de duurzaamheidscriteria. Het feit dat ze er zijn is al heel goed!’
Gemeente Groningen: ‘verleiden werkt niet voor grote groep, daarom moet er soms de zweep over’.

Vraag: Wat is de rol van de media?
De media hebben een belangrijke invloed op de consument. Echter,…
Nieuws is pas nieuws wanneer er afwijkingen zijn: ‘opmerkelijk nieuws’. ‘De hond is dood’ is geen nieuws. Duurzaamheid is verhaal van goed en verstandig en dus saai.
Media zijn daarnaast volgend en niet sturend.

Vraag: Welke rol kan/moet de overheid spelen in beïnvloeding van de consument?
Er is geen consensus of de rijksoverheid wel of niet de belangrijkste beïnvloeder is:
  • Ja, want kan keuzes ‘afdwingen’, b.v. d.m.v. verplichte certificering.
  • Nee, want is veel te traag. Lokale overheden zijn sneller.
 
De overheid speelt een rol met beïnvloeding d.m.v.:
  • certificering
  • financiële invloed: subsidie, belasting. Hierbij wordt aangegeven dat subsidies geen voorkeur hebben: te complex. Beïnvloeding via accijns en BTW-tarieven is makkelijker voor de consument
  • duurzaam inkopen (dit heeft Cofely b.v. ertoe aangezet om duurzaamheid hoog op de agenda te plaatsen…)
  • procedurevoordeel voor groene ondernemers.
 
Vraag: Wat kan Maxime Verhagen doen?
Hij moet in ieder geval het goede voorbeeld geven. Het werkt niet om als overheid een duurzame maatregel te stimuleren wanneer de kopstukken er zelf geen gebruik van maken. (Jan Marijnissen: “Verwacht niets van de politiek”.)
 
Lokale overheden (gemeentes) kunnen veel meer doen dan de rijksoverheid.  Ze kunnen ook veel met de stukken eigen grond die ze hebben.

Suggesties:
  • De groene VNG. Gemeentes gezamenlijk in actie voor duurzame oplossingen (b.v. gezamenlijke actie rond het probleem van het niet mogen verhogen van de huur i.v.m. genomen energiebesparende maatregelen).
  • OZB afhankelijk maken van energielabel.

Goede voorbeelden:
  • People for Earth
  • The Good Guide

Conclusies

  • Er zijn diverse manieren waarop de consument beïnvloed kan worden richting duurzame keuzes, en er zijn legio succesvolle voorbeelden.
  • Elk product, concept, technologie vereist een eigen wijze van aanpak, afhankelijk van doelgroep en gewenst resultaat.
  • Informeer de bewuste consument en probeer ze niet te overtuigen.
  • Verleid de latente consument, met leuke acties en aansprekende voorbeelden.
  • De overheid moet het goede voorbeeld geven.

Leestips
 
Robert Cialbini: 6 Regels van gedragsbeïnvloeding
(Noot redactie: Sociale bevestiging, Schaarste, Autoriteit, Wederkerigheid, Sympathie, Commitment & consistentie)
 
Malcolm Gladwell – The Tipping Point
Nederlandse versie: Dan Heath en Chip Heath - De plakfactor
(Noot redactie: over waarom sommige ideeën aanslaan en andere niet).
 
Nieuwsbrief gemeente Groningen:
aanmelden via www. duurzaamstestad.groningen.nl
 
Benjamin Hollister, et al: Shopping for a Better World
(Noot redactie: The Quick and Easy Guide to All Your Socially Responsible Shopping)
 
De duurzame waardekaart “delen door te vermenigvuldigen”: op te vragen via m.messing@dekleineaarde.nl
IMSA Amsterdam, Club van Rome Nederland, IUCN, WWF, Stichting Springtij Terschelling, INSID
(C)2010 Springtij

WebDesign by Educo MultiMedia