Jan Paul van Soest
De afgelopen dagen op Terschelling klonk steeds de vraag wat we na het Springtijfestival met alle opgedane kennis, inzichten en contacten moeten doen. Deze dagen zijn echter vooral bedoeld om kennis en inspiratie op te doen. We hoeven er niet zoveel mee te doen.
In de saamhorigheid rond het onderwerp duurzaamheid, bestaan een aantal ideeën en meningen waarvan we los moeten komen.
- De duurzaamheidsbeweging is nu een vrij exclusieve club. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er een breder gezelschap aanschuift? Je merkt dat duurzaamheid vaak verbonden wordt aan politiek links, wat niet juist is. Hoe kunnen we onze eigen blik hierin verbreden?
- Binnen de duurzaamheidsbeweging zijn we het in grote mate met elkaar eens. Evenementen als Springtij hebben een hoog ‘preken voor eigen parochie’-gehalte. Hoe kunnen we de diversiteit van het gezelschap vergroten en ervoor zorgen dat we volgend jaar ook de ‘confrontatie’ aangaan met mensen als Bernard Wientjes? Hoe zorgen we dat er meer jonge mensen en mensen uit het bedrijfsleven aanwezig zijn?
- We hebben de neiging om ons moreel superieur te voelen en hebben het gevoel dat we ons op moral high grounds bevinden. Het is echter inhoudelijk onjuist om minder duurzame mensen als ‘mindere mensen’ te zien. Dit schrikt andere mensen zelfs af om ook duurzaam te worden.
- Duurzaamheid is soms calvinistisch van aard. Je moet lijden want anders is het niet echt duurzaam. Laten we voor deze mensen een huis bouwen op de lelijkste plek van Nederland, waar zij onder het milieubeleid kunnen lijden.
Ook kwamen er de afgelopen dagen steeds bepaalde vragen naar voren.
- Moet duurzame ontwikkeling van onder op komen of van boven af worden opgelegd? Op Springtij hebben we kennis gemaakt met veel mooie initiatieven. Deze moet je niet afserveren als ‘niet genoeg’. Je kunt je echter wel afvragen hoe de optelsom van deze initiatieven zich verhoudt tot de megavraagstelling of de safe operating space die Rockström en andere toonaangevende wetenschappers voor onze economische activiteiten gedefinieerd hebben? Het is zeer relevant om de duurzamheidsprincipes op systeemniveau door te voeren, zodat aan systeemherstel gewerkt kan worden.
- Zijn we als mensen in het duurzaamheidsveld niet te lief en te vriendelijk? Wellicht hebben we een killer-mentaliteit nodig en moeten we zand tussen de radaren werpen? Juist door middel van conflict kan worden gezocht naar de best practices die bottom-up zijn opgedaan en kunnen deze bindend worden verklaard. Deze aanpak kan complementair zijn aan de huidige aanpak, die minder conflictueus is.
Als je kijkt naar het onderwerp duurzame ontwikkeling, kun je niet anders dan je opstellen als een koorddanser die balanceert boven een enorme afgrond en slingert tussen hoop en vrees. Aan de ene kant is de afgrond van ongefundeerd optimisme; aan de andere kant die van depressie en lethargie. Beide moet je onder ogen zien om het punt aan de horizon te bereiken. Zoals Havel zei: ‘Hoop is een kwaliteit van de ziel die niet afhangt van wat er in de wereld gebeurt.’