Masterclass 'Oceanen, Noordzee, Waddenzee en zeespiegelstijging'
Han Lindeboom, directeur IMARES, geeft aan dat er in de marine omgeving steeds meer sprake is van competing claims en botsende belangen. Olie & gas, windenergie, visserij, aquateelt, transport, natuur. Daar waar je meerdere activiteiten wil uitvoeren, botsen de belangen.
Hein Sas, coördinator Voedselweb van programma Rijke Waddenzee, vertelt over het mosselconvenant dat is opgesteld om het conflict rond de mosselvisserij duurzaam op te lossen. Er waren rechtspraken tegen de bodemberoerende mosselzaadvisserij. Door het constante gewoel kregen jonge mosselen op de bodem geen kans om uit te groeien tot volwassen mosselen. De natuurorganisaties hebben deze procedures, met de Natuurbeschermingswet in de hand, gewonnen. De Raad van State besloot dat de mosselvissers niet meer mochten vissen. Dit conflict was nodig om alle partijen echt om tafel te krijgen om aan duurzame oplossing te werken.
In het convenant werd afgesproken dat er in 2020 geen bodemberoerende mosselvisserij meer is. Tot dit jaar zullen steeds meer gebieden in de Waddenzee afgesloten worden voor deze vorm van visserij. De overheid en natuurorganisaties moeten de vissers wel de tijd geven om deze ontwikkeling door te maken. Door middel van mosselzaadinvanginstallaties (MZI’s) kan de visserij loskomen van de bodem. Er worden palen neergezet waar touwen of netten aan hangen. De mosselzaadjes hechten zich hieraan en worden er later vanaf geschraapt. De palen zorgen wel voor enige landschappelijke verstoring.
Dit jaar is er geen opschaling geweest in de gesloten mosselgebieden. Er is geen mosselzaad op de bodem van de Waddenzee neergedaald. Omdat er niet kon worden gevist, hoefden de gebieden ook niet afgesloten te worden. De mosselvissers waren blij met de MZI’s, waartegen wel mosselzaad is aangestreken. Het mosselconvenant blijkt uiteindelijk goed te zijn voor de bodem van de Waddenzee en voor de mosselsector zelf.
Hein Sas trekt een aantal conclusies. Zonder conflict geen duurzame vrede en zonder samenwerking geen echte oplossingen. Op de weg naar deze oplossingen moet je elkaar tijd gunnen. Je moet leren door te doen en je doelen durven bijstellen op basis van de ervaringen die je opdoet.
Hidde van Kersen, directeur Waddenvereniging, trekt een parallel tussen het estuarium de Westerschelde en de Eems-Dollard. De Waddenzee, waar Eems-Dollard als estuarium onderdeel van is, is een bijzondere habitat. Wereldwijd zijn er maar zeven van deze intergetijdenzeeën. Door haar status als Natura2000-gebied en Werelderfgoed geniet de Waddenzee de hoogste beschermingsstatus. Toch gaat het niet goed. Door de kaasschaafmethode en door inpoldering en kanalisering zijn de afgelopen decennia steeds delen van het estuarium afgesnoept. In een estuarium hoort een goede balans te zijn tussen de diepte en de breedte, maar in de Eems-Dollard is deze balans zoek. Als je de doorsnede verdiept, verandert de getijdenenergie en neemt de stroomsnelheid toe, evenals het slibtransport. Het estuarium wordt hierdoor steeds troebeler, wat ten koste gaat van de habitat.
De Westerschelde is een vergelijkbaar gebied. Door dit estuarium loopt de vaargeul naar de haven van Antwerpen. Deze vaargeul is recentelijk voor de derde keer verdiept. Ter compensatie voor deze verdieping zou het estuarium worden uitgebreid met drieduizend hectare zoute natuur in de komende dertig jaar. Elke tien jaar zou duizend hectare worden toegevoegd. Voor de eerste tien jaar was dit niet haalbaar en zou zeshonderd hectare van de hoogste kwaliteit worden toegevoegd. Uiteindelijk werd besloten om de Hedwigepolder van driehonderd hectare te ontpolderen. Het nieuwe kabinet heeft echter net gesteld dat de Hedwigepolder blijft bestaan. De vaargeul is al verdiept, dus het probleem is opgelost. Zo ga je van duizendnaar nul hectare en toont de overheid zich een onbetrouwbare partner.
Rondom de Eems heb je eenzelfde speelveld. Het is een grensrivier met Duitsland en ook hier spelen grote economische belangen die vaak niet in verhouding staan tot de aard van het gebied. Voor de Eems zou je een Natuurherstelplan tot het jaar 2030 kunnen ontwikkelen, waarin door middel van nieuwe samenwerkingsverbanden wordt gewerkt aan oplossingen die tot systeemherstel leiden. Hierin zouden niet alleen Nederlandse en Duitse overheden samenwerken, maar ook bedrijven, natuurorganisaties en overheden. Het vinden van een duurzame balans vergt vertrouwen tussen partners, maar de natuurorganisaties hebben een reden om overheden te wantrouwen. Voor de bedrijven geldt dat zij een corporate license to operate kunnen verdienen door rekening te houden met goed nabuurschap en mee te werken aan behoud van de biodiversiteit. Verder leidt steeds maar weer ‘polderen’ tot middelmatige besluiten. Dit werkt per definitie niet als er sprake is van tegenstrijdige belangen in beschermde gebieden. Misschien moeten we overgaan tot zoneren en afspreken waar economische activiteiten wel zijn toegestaan en waar niet.
Martijn de Jong, Stichting Wad, vertelt het verhaal van het kokkelspel in de Waddenzee en Mauretanië. De mechanische, bodemberoerdende kokkelvisserij in de Waddenzee werd in 2005 uitgekocht voor 121 miljoen euro. Het bedrijf dat het grootste deel van dit bedrag ontving, wilde daarna investeren om voor de kust van Mauretanie op kokkels te vissen in het waddengebied Banc d'Arguin. Martijn de Jong trekt een parallel tussen beide gebieden en geeft het (steek)spel tussen de verschillende partijen weer. Bij beide was er sprake van een coalitie van NGO’s, overheidspartijen, onderzoeksinstituten en bedrijven. LNV zou een vergunning geven aan het kokkelbedrijf, maar de Nederlandse NGO’s hebben nauw samengewerkt met plaatselijke NGO’s en ruchtbaarheid aan de zaak gegeven. Er werd media-aandacht gegereneerd, waardoor er Kamervragen werden gesteld in het Europese parlement. LNV was hier gevoelig voor. Ook lokaal werd er van alles in het werk gesteld. Een lokale medewerker van IUCN met goede contacten binnen de nieuwe dictatoriale regering heeft ook een groot verschil kunnen maken, waardoor het contract met het kokkelbedrijf verscheurd is.
Uit deze case zijn een aantal lessen te leren: natuurorganisaties moeten gezamenlijk optrekken, media-aandacht generen, soms via een omweg (in dit geval via Nederland) opereren, en individuen kunnen de doorslag geven.
Richard Gorter schets een beeld van de gevolgen van klimaatverandering en zeespiegelstijging voor de waddeneilanden. Als er een stormveld is in het Noorden bouwt het water zich en zou er een enorme verticale waterbeweging van uit het zuidwesten ontstaan. Deze vloedgolf zou de zeegaten van de waddeneilanden kunnen binnenslaan met een snelheid van 5,5 tot 6 mijl. De destructie van een dergelijke ramp zou gigantisch zijn. Hij stelt de vraag of wij de komende vijftig jaar in staat zijn om de stijging van de zeewaterspiegel met anderhalve meter te voorkomen en de waddeneilanden te beschermen tegen stormvloeden.